|
|
De basishoogte van deze wolken ligt binnen de gematigde breedten tussen 0 en 2 km (0 tot 6500 voet). Mist is ook laaghangende bewolking die tot de grond reikt en behoort wanneer het van de grond komt tot het geslacht stratus.
Wolken halverwege de troposfeer, tussen 2 en 5,5 kilometer (6500 en 16500 voet), worden middelbare wolken genoemd. Er worden drie geslachten onderscheiden:
Wolken die boven een hoogte van 5,5 kilometer voorkomen, bestaan meestal volledig uit ijskristallen. Ze lijken heel langzaam te bewegen of zelfs stil te staan, maar door de grote hoogte geeft dat een vertekend beeld: in werkelijkheid gaan ze snel, soms meer dan 100 km/uur. Veel van deze wolken hebben een draderige, harige of veerachtige structuur. De Latijnse hoofdnaam voor deze vederwolken is cirrus (Latijn voor "haarlok"). Er worden drie geslachten onderscheiden:
Naast de drie wolkenfamilies in de troposfeer komen er ook wolken voor daarbuiten in hogere lagen van de dampkring. Dit zijn: |


